Your ads will be inserted here by

Easy Plugin for AdSense.

Please go to the plugin admin page to
Paste your ad code OR
Suppress this ad slot.

Door Evert Nieuwenhuis − 17/02/09, 18:08


Kopie van: Volkskrant

Jan Rijkeboer (42) is de man achter het succes van de Azor fietsfabriek. Zelfs BN’ers worden graag gezien op zijn oerdegelijke fietsen. ‘Kunnen jullie ook geen kinderfietsen maken?

  • De fietsenfabriek van Azor (Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant)
    De fietsenfabriek van Azor (Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant)

Een beetje yup, trendy stadsmoeder of Bekende Nederlander heeft er een: een fiets van Azor. Willem-Alexander en Máxima bijvoorbeeld, net als Bridget Maasland, het gezin Oerlemans of een chique hoofdstedelijke advocaat. De meeste trotse bezitters hebben echter nog nooit van het merk Azor gehoord. Wel van de hippe winkels die de fiets met eigen logo leveren en namen dragen als Het Zwarte Fietsenplan, Bakfiets.nl, Het Mannetje of Workcycles.

Achter die succesvolle merken schuilt fietsfabriek Azor, die ook onder de eigen merknaam verkoopt. Voor de eigenzinnige en oerdegelijke rijwielen is het woord ‘robuust’ uitgevonden. En ze fietsen heerlijk – zowel in de drukke binnenstad als op een lange polderdijk.

Op een bedrijventerrein in het Drentse Hoogeveen staat de fabriek van Azor. Het is een eenvoudig gebouwtje, waar in het administratiekantoor drie mannen achter een computer zitten. Een van hen is directeur Jan Rijkeboer, (42) in spijkerbroek en T-shirt.

Tekst loopt door onder video

]]>

Slechtzienden
In de fabriekshal werken onder anderen zeven slechtzienden. De een zet de fietsstandaarden in elkaar, een ander boort gaten uit in de naven voor de spaken. ‘We zijn erg blij met deze mensen’, zegt Rijkeboer. ‘Ze zijn natuurlijk goedkoop, omdat we loonsubsidie krijgen. Maar dat is niet alles. Ze doen werk dat anderen saai vinden, maar voor hen is het uitdagend en dus ligt hun productiviteit hoog. De andere werknemers kunnen zich richten op werk dat zij uitdagend vinden, waardoor ook zij schik in hun werk hebben.’

De kracht van Azor is kleinschaligheid en eenvoud, legt Rijkeboer uit bij de ‘montagelijn’, een baan van zo’n vijftig meter, waar de kale frames door een stuk of tien werknemers worden opgetuigd. Massaproductie is taboe. Elke fiets wordt op bestelling gemaakt, elke fiets is anders. Soms wordt een grote partij besteld – momenteel wordt er gewerkt aan een order voor een fietsverhuurder op Ameland –, maar dat zijn uitzonderingen.

‘Laatst heb ik het uitgerekend: we kunnen een miljoen verschillende fietsen leveren. Een standaardframe kan voor vierhonderd euro de poort uitgaan, maar met alle opties erop ook voor 1.700 euro.’ Azor houdt geen voorraad aan. ‘Dat scheelt geld en maakt het werk leuker, want iedereen moet zijn koppie er goed bijhouden.’

Omslachtig en goedkoper
Het systeem lijkt omslachtig. ‘Klopt, maar het is ook goedkoper. Omdat alles overzichtelijk is en iedereen veel verantwoordelijkheid draagt, heb ik nauwelijks managers in dienst. Op dertig man personeel zijn er drie die niet aan fietsen sleutelen: de boekhouder, de systeembeheerder en ikzelf. Bij een gewone fietsfabriek is die verhouding 1 op 1. Dat kost klauwen met geld.’

Your ads will be inserted here by

Easy Plugin for AdSense.

Please go to the plugin admin page to
Paste your ad code OR
Suppress this ad slot.

Liever geen groei
Per jaar maken de dertig werknemers van Azor circa elfduizend fietsen. De omzet is ‘vijf of zes miljoen euro, dat moet ik even opzoeken’, zegt directeur Jan Rijkeboer.
Kredietcrisis? Rijkeboer kijkt er reikhalzend naar uit. ‘Ik hoop dat het wat rustiger wordt. 2008 was een absoluut topjaar, de fietsen waren niet aan te slepen. Maar zelfs januari, traditiegetrouw een slappe maand, was beter dan vorig jaar.’ Toch merkt ook Rijkeboer dat buiten de bedrijfspoorten de kredietcrisis rondspookt. ‘DAF heeft voor het eerst geen nieuwe fietsen voor in hun fabrieken besteld.’
De export, goed voor 25 tot 30 procent van de omzet, trekt nog altijd aan. ‘Vorige week hebben we weer een container naar Amerika gestuurd.’ Achter in de fabriekshal van Azor staan de ingepakte fietsen klaar voor transport. ‘Parijs’, ‘Wenen’, ‘Dijon’, ‘Berlijn’ staat er op de etiketten. Er gaan ook fietsen naar Japan en Zuid-Korea.
Groeien wil Rijkeboer niet met zijn bedrijf. ‘Het is precies goed zo. Alles is goed te overzien, iedereen heeft plezier in z’n werk. Ik ken alle werknemers persoonlijk en we hebben nauwelijks vergaderingen. Niks geen bureaucratie.’

]]>De baas kent elk onderdeel tot in details. Een spatbord krijgt hetzelfde zinkbad als een auto, zodat ook de gekrulde binnenkant is beschermd. ‘De verfspuit komt daar niet, dus zo’n spatbord gaat altijd roesten.’ De wielen maakt Azor zelf. ‘Die gaan altijd het eerst stuk, tenzij je ze ijzersterk maakt. Wij gebruiken dikkere brommerspaken, en dus moeten de naven worden uitgeboord.’ De framelak is supersterk. ‘Kost honderd euro per fiets meer, maar dit is echt het beste spul.’ Rijkeboer pakt twee voorvorken een slaat ze hard tegen elkaar. ‘Kijk, geen butsje of niets.’

Plezier en eer in je werk, dat is het enige dat telt bij Azor. ‘En als fietsenmaker betekent dat dat je de beste fietsen wilt maken.’ Geld of winst mag nooit de boventoon voeren. ‘Als het goedkoper kan prima, maar nooit ten koste van de kwaliteit.’

China
Breek hem de bek niet open over die goedkope fietsen uit China. ‘Goedkoop is duurkoop. Voor het Nationale Park de Hoge Veluwe hebben we fietsen geleverd. Ze moesten oerdegelijk zijn, bestand tegen zwaar vandalisme, en zo sterk dat je met drie zware kerels erop de trap af kon fietsen. De kinderfietsen van Hoge Veluwe kwamen wel uit China. ‘Jan, alsjeblieft’, zeiden ze na een jaar, ‘kunnen jullie ook geen kinderfietsen maken? Die 150 kinderfietsen kosten ons nu meer aan onderhoud dan die tweeduizend fietsen van jullie.’

Rijkeboer leerde het ‘fietsenmakersvak’ bij fietsfabriek Union. ‘Ik zat op de bedrijfsschool. Daar leer je elke hoek van het bedrijf kennen: van tekentafel tot de montage van accessoires.’ Maar na tien jaar wilde hij weg. ‘Ik was het spuugzat. Er waren te veel managers en er was te veel bureaucratie. Afdelingen communiceerden slecht, waardoor er inefficiënt werd gewerkt. Bij de afdeling inkoop wisten ze bijvoorbeeld niet hoe ze op de fabrieksvloer werkten. Vervolgens werd er bezuinigd op kwaliteit.’ Rijkeboer vertrok naar concurrent Rivel, maar dat bedrijf werd een paar jaar daarna overgenomen door Union. ‘Toen ben ik voor mezelf begonnen.’

Spannende tijd
Elf jaar geleden richtte hij Azor op. ‘Spannende tijd hoor. Mijn huis diende als onderpand, en vervolgens was het wachten op orders.’ Nog altijd zijn alle machines in de fabriek tweedehands. Overgenomen van failliete fabrieken, waaronder Union (dat als merknaam nog bestaat) en Rivel. ‘Deze is nog van voor de oorlog. Komt van Union, hier bogen ze fietsframes mee. De richtmachines zijn van Rivel.’ Rijkeboer kijkt even voor zich uit. ‘Tja, hier staat pure vaderlandse fietsgeschiedenis.’

Vorige maand heeft hij voor het eerst een nieuwe machine gekocht, waarmee wielen kunnen worden gemaakt. ‘Net zo duur als een flinke Audi, dus zo’n zeventigduizend euro. Deze komt uit Purmerend, daar maken ze echt de beste machines voor wielen. Een flinke investering, maar uit eigen middelen betaald. Je moet zo min mogelijk afhankelijk zijn van de bank, vind ik.’

Rijkeboer ontwerpt de fietsen zelf. In de vergaderruimte van enkele vierkante meters staat zijn tekentafel, met een gedetailleerd technische tekening. ‘Kijk, dit wordt een nieuwe elektrische fiets met extra lage instap. Handig voor oudere mensen. Best lastig om te ontwerpen, want de afstand tussen zadel en stuur mag niet te groot worden. En je wilt natuurlijk ook dat zo’n fiets er een beetje sportief uitziet.’

Azor haalt zijn frames niet uit China of andere lagelonenlanden maar uit Vlaanderen, Zeeland, Twente en Drenthe. ‘Chinezen zijn inderdaad goedkoper en als je goed zoekt, kun je redelijke kwaliteit vinden. Maar het werkt niet prettig. Als er een fout in hun productieproces zit, krijg je een container vol slechte frames. Ik ken mijn framemakers. Als ik een fiets ontwerp en ik zit met een probleem, rijd ik gewoon naar ze toe en lossen we het samen op.’

Bij de ingang van het kantoor staat een showroom met fietsen in alle standaardkleuren en enkele kleuren die kans maken om in productie te worden genomen. ‘Aan bezoekers vragen we wat ze de mooiste kleur vinden . Niet aan de fietsendealers of bedrijfsvertegenwoordigers, want die zijn bevooroordeeld. Nee, ik wil weten wat gewone mensen ervan vinden, zoals de postbodes en vrachtwagenchauffeurs van de leveranciers.’

Geen reclame
Aan reclame doet Azor niet. ‘Ik verkoop nu meer dan genoeg, dus waarom zou ik daar geld aan uitgeven? Kwaliteit is onze reclame, zeg ik altijd.’ Elk jaar stelt hij zelf een eenvoudige folder samen. De boekhouder controleert die op spelfouten.

Voor de personeelsingang staat een nieuw model elektrische fiets. De fietser moet gewoon trappen, maar als hij op een knop drukt, helpt de elektromotor een handje. Grote fietsmerken verkopen momenteel duizenden exemplaren van dit type. ‘Maar die zijn allemaal zo ingewikkeld. Als je het wiel uit de fiets haalt, moet het hele ding gereset worden door de computer van de fietsenmaker. Het is toch geen auto?’

De systeembeheerder van Azor fietst al een paar weken op dit prototype rond. ‘Hij vindt het een prima ding. Ja, ik denk dat deze fiets wel een hit wordt.’